Biografie 

Over Eva Steiner

Het verhaal van Eva Steiners kunstenaarschap is een moderne topos. Vroeg of laat zou ze gaan beeldhouwen, dat was onontkoombaar. Het werd betrekkelijk laat. Negen jaar geleden leidde ze in Duitsland nog ‘een normaal burgerlijk leven met iedere maand geld op de bank en veel zorgen voor de mensen.’ Wel maakte ze daarnaast al sinds haar eenentwintigste af en toe een beeld. Ze stelde ook wel eens wat tentoon en verkocht dan goed. Maar pas in 1992, toen ze 36 was, gooide ze het roer drastisch om. ‘Ik had het idee dat ik anders mijn leven verspilde.’

Steiner liet haar vroegere bestaan achter zich en vertrok naar het Italiaanse beeldhouwersdorp Pietrasanta, waar ze de eerste tijd als assistent voor een beeldhouwer werkte. ‘In die periode leerde ik hoe je een atelier runt, hoe je opdrachten krijgt enzovoorts. Met andere woorden: hoe je gelooft in jezelf.’ 

Na anderhalf jaar had ze voldoende zelfvertrouwen om zelfstandig te gaan opereren. ‘Ik werkte als een bezetene en leefde van de bank. Dat zou ik nu niet meer durven, maar ik had er alles voor over om daar te blijven. Het eerste jaar was moeilijk. Ik had niet genoeg geld om normaal te kunnen leven, maar het was ook weer niet zo weinig dat ik dacht: ik ga terug naar huis, dit is het niet.’

Uiteindelijk pakte alles goed uit: de eerste tentoonstelling van haar werk was een redelijk succes en sindsdien leeft Steiner van het beeldhouwen. In Pietrasanta raakte ze bevriend met de Nederlandse beeldhouwer Aart Schonk. Het stel woont en werkt nu afwisselend in Nederland en Italië.

 

Techniek

Eva Steiner werd letterlijk beeldhouwer: ze houwde beelden, uit steen. Eerst kleine beeldjes uit speksteen, later grotere uit albast, kalksteen of marmer. En alles wat van zo’n steen af moest, hakte ze er zelf af. ‘In de eerste week de grote stukken weghakken met een spitsijzer, dat is heerlijk’, vertelt ze. ‘Ik zou de steen ook kunnen laten voorhakken, maar dan ontneem ik mezelf dat plezier. Je gelooft op dat moment nog dat je een heel mooi beeld kunt maken. Later, als je gaat detailleren met het tandijzer, wordt het moeilijk. Dan blijkt pas wat je kunt. En dan zie je ook dat het toch weer een beeld van jezelf wordt.’

Sinds kort maakt Steiner ook beelden in terracotta. Ze legt uit waarom: ‘Bij marmer wordt de vorm van het beeld door die van de steen gedicteerd. Dat is een beperking. Als je boetseert met klei kun je alle kanten op, je kunt heel makkelijk stukken weghalen en toevoegen, en dat is weer te vrijblijvend. Terracotta combineert de voordelen van beide methoden: het is klei, maar de werkwijze brengt beperkingen met zich mee. Je begint onderaan en je zet steeds een nieuw laagje dunne klei op het beeld in wording. Die klei is nat en zwaar, dus als je een groot beeld maakt, moet dat onderste stuk eerst drogen voordat het volgende laagje erop kan. De eerste zet bepaalt veel van wat je vervolgens doet, net als bij beeldhouwen. Je kunt niet terug. Aan de andere kant bouw je het beeld niet, zoals bij boetseren, om een armatuur van ijzerdraad heen die de klei overeind moet houden. Als je armaturen gebruikt, ligt de vorm al in grote lijnen vast. Bij mij bestaat de vorm nu van tevoren alleen maar in mijn hoofd.’

 

Onderwerpen

Voor bijna elke kunstenaar geldt dat leven en werk samenhangen. Wie de levensgeschiedenis van Eva Steiner kent, begrijpt waar de onderwerpen in haar werk – althans voor een deel – vandaan komen. Vrij zijn is de titel van een marmeren vrouw die met haar borst vooruit staat en haar handen achter haar hoofd brengt, alsof ze zich uitrekt. ‘Ze is klaar om zich open te stellen’, zegt Steiner. ‘Het gevoel is een beetje: ik ben bang, maar ik doe het toch.’ De figuur in het beeld De sprong heeft haar handen gevouwen. Ze springt in iets onbekends en bidt dat het goed zal uitpakken. ‘Dat heeft natuurlijk allemaal te maken met hoe ik ben gaan beeldhouwen’, bevestigt Steiner. ‘Toen ik naar Italië ging had ik daar geen taal, geen geld, geen vrienden. Ik heb er de taal geleerd, ik heb er mensen leren kennen en ik heb er geleerd beelden te maken.’

Haar meest recente beeld, Zijn, toont een meer dan levensgrote vrouwenfiguur met half opgeheven handen, die gelaten het leven ondergaat. ‘Ze staat daar met open handen en ziet wel wat er gebeurt.’ Het zijn voorwaar ernstige zaken, waar Steiner zich in haar beelden mee bezighoudt. Maar waarom staat er dan zo’n brede grijns op de kop van die slang tussen Adam en Eva? Wat valt er te lachen? ‘Die slang lacht’, zegt Eva Steiner met eenzelfde grijns, ‘omdat ze alles weet.’

Gijsbert van der Wal, 2001